Interview - Sebastien Dewaele

Tussen koers en kasteel: het leven van een dienende mens
In januari fietst acteur en theatermaker Sebastien Dewaele als Marcel Kerff Ter Dilft binnen. ‘Als wie’, zegt u? Exact. Deze vergeten Belgische wielerheld reed nochtans in 1903 de allereerste Tour de France en was enkele jaren later een van de eerste slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Marcel Kerff was een kleine mens in de schaduw van de grote geschiedenis.

- Uit Ter Dilft Magazine, december 2025 -
Willem Rosiers

Wie was Marcel Kerff? 

Marcel Kerff was een man uit de Voerstreek, geboren in 1866, en eigenlijk de eerste Belg die deelnam aan de allereerste Tour de France in 1903. Hij is daarna bijna helemaal vergeten, maar hij heeft wél geschiedenis geschreven. 

Hoe is de figuur op jouw pad gekomen? 

Zoals iedereen wel eens doet: door op Wikipedia te verdwalen. Je begint op één pagina en blijft doorklikken. Ik was volgens mij op zoek naar iets over de ontstaansgeschiedenis van de Tour, of misschien naar de mythe dat de gele trui geel is omdat de krant gedrukt was op geel papier–  wat trouwens niet klopt. En plots kwam ik bij Marcel Kerff terecht: een klein stukje tekst over hem en zijn broer, die allebei meededen aan de eerste Tour. En dan las ik dat Marcel in 1914 een van de eerste slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog was in België. Dat raakte me. Ik ben samen met regisseur Daan Borloo beginnen graven, en op basis van onze improvisaties heeft Daan daar een tekst uit gepuurd. Zo is het stuk gegroeid. 

Wat fascineerde je precies in zijn verhaal? 

Ik ben sowieso gefascineerd door de kleine mens tegenover de grote geschiedenis. In dit geval dus niet zozeer door de Tour of de oorlog zelf – daar worden we mee overspoeld – maar door de mensen die erin verdwijnen. De vergeten figuren. Achter elke gevel, achter elk leven schuilt een verhaal, en dat dreigt verloren te gaan. Marcel is daar een mooi voorbeeld van. Een vergeten mens die eigenlijk wel heel belangrijk is voor een ons patrimonium. 

Dus het is geen voorstelling voor wielerfanaten alleen? 

— Nee, zeker niet! De koers is de achtergrond, maar het stuk gaat over broederschap, over dienen. Over wat het betekent om je ten dienste te stellen van iets of iemand. In de sport hoor je alleen over de winnaar, maar elke eerste heeft tientallen mensen achter zich die vergeten worden. Dat knechtschap is voor mij de kern van het stuk. 

Had het ook gewerkt als Kerff een fictief personage was geweest? 

— Nee, ik denk het niet. De realiteit overtreft hier echt de fictie. Het feit dat hij écht bestaan heeft, maakt het verhaal zoveel sterker. 

Wat weet je over zijn karakter? 

— Niet veel, maar we hebben wat kleine sporen gevonden. In oude kranten stond dat de twee Belgische broers ‘bavards, comme toujours, et têtus’ waren – babbelziek en koppig dus. En ze dronken blijkbaar ook altijd melk. Dat soort details hebben we verwerkt. Hij was ook nooit getrouwd, werkte na zijn wielercarrière als butler in Teuven, in het kasteel van de graaf de Sécillon. Tot tien jaar na zijn carrière diende hij daar. Dat vond ik zo schoon: hij is letterlijk blijven dienen tot aan zijn dood in 1914.  

Dat ‘dienen’ lijkt een rode draad in zijn leven én in de voorstelling. 

— Ja, absoluut. Of je nu knecht bent in de koers of butler in een kasteel: het is dezelfde ingesteldheid. We hebben in de voorbereiding daarom ook gekeken naar films als The Remains of the Day, over een butler die zichzelf helemaal wegcijfert. Kerff was zo iemand. Hij was in het kasteel van Teuven zelfs majordome  – hoofddienaar, letterlijk. 

Kaat Pype
Willem Rosiers

Heb jij daar zelf vrede mee, met het idee dat je zelf ook zal vergeten worden? 

— Wel ja, eigenlijk wel. Uiteindelijk wordt iedereen vergeten. Alleen een paar namen blijven overeind in de geschiedenisboeken, zoals Napoleon of Julius Caesar. En ik vind het prima dat ik daar niet zal tussen staan, want meestal zijn dat ook niet braafste historische figuren. Ik laat misschien iets achter met mijn werk, maar dat is niet ikzelf. Ik sta hier zelf óók ten dienste van het verhaal, van de geschiedenis. 

De voorstelling speelt zich af op een bijzondere plek. 

— Ja, in het voorgeborchte wat zich situeert in de bar tabac Aux Champs Élysées, de Elysese velden. Marcel zit daar al 111 jaar. En ik zal het alvast verklappen: iedereen in de zaal is dood, maar moet nog kiezen tussen hemel en hel, links of rechts, van zodra hij of zij moet gaan pipi doen. Marcel heeft die keuze tot nu toe nooit gekregen omdat hij altijd te dienstbaar was en nooit de kans kreeg om te gaan plassen, dus die zit nog steeds te wachten in het voorgeborchte (lacht). Het is theater hè, dus alles kan.  

Ook de muzikanten spelen daar een rol in.  

— Ben Van Camp en Ben Brunin – de bassist en gitarist van mijn band Preuteleute – zitten mee op het podium en hebben daar inderdaad een functie in: het zijn eigenlijk zij die de keuze tussen hemel en hel vooral belichamen.  

Wat zou Kerff zelf van de voorstelling vinden, denk je? 

— Ik durf het niet zeggen. We zijn in zijn geboortestreek Voeren geweest voor onderzoek en hebben mensen ontmoet die hem nog kenden via familieverhalen en die nadien ook naar de première kwamen. Onder andere een oudere journalist en een achterneef van Marcel Kerff. Die waren in ieder geval heel enthousiast. Ze vonden het prachtig dat hij eindelijk uit de vergetelheid werd gehaald. Dus ik denk dat hij het zelf ook wel had kunnen smaken. Al zie ik hem eerder stilletjes in een hoekje zitten, met een glaasje melk, luisterend in plaats van pratend. Zo heb ik hem leren kennen. 

Een klein verhaal groots verteld dus. 

— Het gaat hier echt over menselijkheid. Een kleine man ten opzichte van de grote geschiedenis. Koppig, dienstbaar, zwijgzaam. En daar gaat het stuk over: niet over winnen, maar over dienen.  

Sebastien Dewaele 

  • °1978, Oostende
  • Bekend als acteur op tv in onder andere Eigen Kweek, Bevergem, Styx… 
  • Bij Compagnie Cecilia maakte hij eerder de stukken Marinus & Once upon a time in de Westhoek
  • Zanger bij de West-Vlaamse comedy-rockband Preuteleute 
Naar top